To change language scroll down to bottom / Um die Sprache zu ändern, scrollen Sie nach unten
Participatie van OV-gebruikers in focusgroepen ter verbetering van interviews
Binnen het project FLEX – flexibel, toegankelijk en betaalbaar OV met behulp van tele-operatie en CCAM – wordt ook diepgaand onderzoek gedaan naar de mening en verwachtingen van toekomstige gebruikers.
De Private Hochschule für Wirtschaf und Technik (PHWT) in Vechta neemt het voortouw in dit werkpakket.
Zowel in Vechta (21 juli ’26) als Helmond (22 juli ’26) en Groningen (25 augustus ’26) zijn focusgroepen gepland om een goed beeld te krijgen van de huidige kennis van OV-gebruikers ten aanzien van geautomatiseerd vervoer.
Kleine groepen gebruikers – ongeveer 5 deelnemers – worden in een zeer open gesprek gevraagd naar hun visie, ervaringen en verwachtingen.
In Vechta (D) voeren de onderzoekers van PHWT de gesprekken, terwijl in Helmond en Groningen, vanwege de taalbarrière, een medewerker van partner V-tron de gespreksleider is.
Aan de hand van de uitkomsten van deze focusgroepen gaat de PHWT interviews en enquêtes opstellen waarmee een veel grotere groep (potentiële) OV-gebruikers bevraagd worden.
De kennis van de focusgroepen zorgt voor een juist taalgebruik en vragen die voortbouwen op de bestaande kennis en ervaring.
FLEX-project versnelt met internationale samenwerking en concrete mijlpalen
Het Europese FLEX-project zet belangrijke stappen richting de implementatie van geautomatiseerd vervoer. Tijdens de conference call van 17 juni 2026 bespraken partners uit verschillende regio’s de voortgang, samenwerking en komende activiteiten.
Een belangrijke ontwikkeling is de verkenning van zogeheten cross-border testbeds, een gezamenlijk testinitiatief tussen België, Luxemburg, Nederland, Noordrijn-Westfalen en Vlaanderen. Daarnaast werd melding gemaakt van een mogelijk grootschalig project uit Brussel met een budget van €100 miljoen.
Volgens projectcoördinator Wim Vossebelt van V-tron ondersteunt dit de ambitie van het consortium: “We zien dat de samenwerking over landsgrenzen heen essentieel is om autonome mobiliteit op schaal te testen en te implementeren.”
Binnen de verschillende partnerregio’s (Groningen, Helmond, Vechta) wordt volop gewerkt aan de uitvoering. In Groningen nadert de aanbesteding voor een technische leverancier haar afronding, met publicatie vóór de zomer en implementatie vanaf november. Het Groningse team licht toe: “Met deze planning zetten we een belangrijke stap van voorbereiding naar daadwerkelijke realisatie.”
Ook Helmond werkt aan een aanbesteding en start binnenkort met reizigersonderzoek. “We willen niet alleen de technologie ontwikkelen, maar vooral begrijpen wat gebruikers nodig hebben en verwachten,” aldus een projectleider uit Helmond.
In Vechta ligt, naast de technische implementatie bij Schomaker Reisen, de focus op organisatie en zichtbaarheid. Vanuit Vechta wordt het voortouw genomen voor een high-level seminar. Het consortium heeft Vechta gevraagd de leiding te nemen in de aanbesteding voor projectmanagement.
Onderzoeksactiviteiten van PHWT laten zien dat vertrouwen en veiligheid cruciaal zijn voor acceptatie van autonome mobiliteit, naast klassieke factoren zoals kosten en betrouwbaarheid. Eén van de onderzoekers verwoordt het zo: “Autonomie alleen is niet genoeg. Reizigers verwachten dezelfde kwaliteit en zekerheid als bij traditioneel vervoer.”
Innovatie wordt ook gedreven door de HAN, waar een gedetailleerde 3D digital twin is ontwikkeld met drones en open-source software. Deze digitale omgeving maakt analyse, simulatie en zelfs teleoperatie van voertuigen mogelijk. HAN: “De digital twin stelt ons in staat om scenario’s veilig en efficiënt te testen voordat ze in de praktijk worden uitgerold.”
De komende maanden staan in het teken van verdere samenwerking en uitvoering. Met een partnerbijeenkomst in september en de volgende conference call op 16 juli blijft het project stevig op koers om een belangrijke bijdrage te leveren aan de toekomst van duurzame, geautomatiseerde mobiliteit in Europa.
Reizigersacceptatie cruciaal voor toekomst van geautomatiseerd openbaar vervoer
De inzet van geautomatiseerd openbaar vervoer (OV) biedt kansen voor een flexibeler, toegankelijker en betaalbaarder mobiliteitssysteem. Maar het succes ervan hangt in hoge mate af van één factor: de acceptatie door reizigers. Dat blijkt uit het recente onderzoeksrapport dat is opgesteld binnen het internationale FLEX-project.
Het rapport, uitgevoerd door PHWT (Private Hochschule für Wirtschaft und Technik) en geschreven door onderzoekers Lennart Schilling en Daniel Westmattelmann, brengt de actuele stand van kennis over reizigersacceptatie van geautomatiseerd vervoer in kaart.
Het onderzoek maakt deel uit van het Interreg VI A-project FLEX (Het Bevorderen van Flexibel, Toegankelijk en Betaalbaar Openbaar Vervoer voor Burgers in Grensregio’s), dat loopt van 2025 tot 2028.
Drie regio’s als proeftuin
Binnen FLEX staan drie showcase-locaties centraal: Vechta (Duitsland), Helmond en de provincie Groningen. Deze gebieden verschillen sterk in mobiliteitscontext – van landelijk tot stedelijk en van regulier OV tot WMO-vervoer – en vormen samen een waardevolle proeftuin voor de toepassing van geautomatiseerde mobiliteit.
Het rapport bundelt inzichten uit 55 praktijkprojecten en meer dan 130 wetenschappelijke studies. Daaruit komen enkele duidelijke lijnen naar voren:
Veel reizigers beoordelen hun eerste rit in een geautomatiseerde shuttle als veilig en interessant. Tegelijkertijd wijzen gebruikers op verbeterpunten, zoals lage snelheid, beperkte beschikbaarheid en gebruiksgemak van boekingssystemen. Ook blijkt dat gebruik vaak voortkomt uit nieuwsgierigheid, en nog niet uit een structurele vervoersbehoefte.
Daarnaast signaleren projectpartners praktische belemmeringen, zoals complexe regelgeving, technische beperkingen en de noodzaak van personeel aan boord voor toezicht. Volledig bestuurderloze systemen zijn voorlopig nog uitzondering.
Basis voor vervolgonderzoek
Het rapport vormt een belangrijke eerste stap binnen het FLEX-project. De inzichten worden gebruikt om vervolgonderzoek op te zetten in de drie regio’s, waarbij lokale verschillen expliciet worden meegenomen. Denk aan enquêtes, praktijkmetingen en vergelijkende analyses tussen Vechta, Helmond en Groningen.
Daarmee vormt het onderzoek een brug tussen bestaande kennis en concrete toepassing. De komende jaren moet blijken hoe geautomatiseerd vervoer zich ontwikkelt van veelbelovende pilot naar een volwaardig onderdeel van het dagelijkse openbaar vervoer.
FLEX-project boekt solide voortgang met Vechta als koploper.
Tijdens de derde online partnerbijeenkomst van 21 mei 2026 hebben de partners binnen het FLEX-project de voortgang besproken. De algemene conclusie is positief: het project ontwikkelt zich volgens planning, waarbij de showcase in Vechta duidelijk vooroploopt en als belangrijke referentie dient voor de verdere uitrol.
De ontwikkeling in Vechta ligt goed op koers en laat zien hoe de verschillende projectonderdelen samenkomen. Partners werken toe naar een high-level seminar waarbij kennisdeling en praktijkervaring centraal staan, onder meer via een paneldiscussie over de inkoop van autonome voertuigen.
Ook op technisch vlak worden belangrijke stappen gezet. De voorbereidingen voor de pilot zijn grotendeels afgerond, inclusief analyses van voertuigen en infrastructuur. De retrofit van een bus staat gepland voor later dit jaar, waarmee een belangrijke mijlpaal wordt bereikt.
De focus van meerdere partners ligt momenteel op deze showcase, wat bijdraagt aan de zichtbaarheid en impact van het project.
In Groningen worden duidelijke stappen gezet richting realisatie van de pilot. De aanbestedingsdocumenten zijn in afronding en publicatie wordt na de zomer verwacht. Daarop volgt de selectie van een technische leverancier en een implementatiefase, waarna testactiviteiten starten.
Helmond kiest voor een gefaseerde en strategische aanpak. Door afstemming met nationale initiatieven en mogelijke aanvullende financiering wordt gewerkt aan een robuuste basis voor de pilot. De voorbereidingen voor de aanbesteding lopen door tot eind 2026, met vervolgstappen begin 2027.
Hoewel beide trajecten een langere doorlooptijd kennen, bieden zij waardevolle kansen voor verdieping en aansluiting bij bredere ontwikkelingen.
Naast de pilots verloopt ook het onderzoeksdeel van het project volgens planning. Partners werken aan studies naar autonome voertuigen in het openbaar vervoer, reizigersacceptatie en keuzegedrag. De eerste resultaten worden momenteel uitgewerkt en zullen een belangrijke basis vormen voor de verdere pilots.
De samenwerking binnen het consortium blijft sterk, met actieve betrokkenheid van vervoerders, kennisinstellingen en regionale overheden.
De komende periode staat in het teken van verdere uitwerking van de pilots en het organiseren van gezamenlijke bijeenkomsten, waaronder het high-level seminar en de partnermeeting later dit jaar.
Met de voortgang in Vechta als stevig fundament en de verdere ontwikkeling in Groningen en Helmond, blijft het FLEX-project goed gepositioneerd om waardevolle inzichten te leveren voor de inzet van autonome voertuigen in het openbaar vervoer.
Tweede partnermeeting benadrukt samenwerking en afstemming.
De FLEX Partnermeeting van 26 februari 2026 werd gekenmerkt door een sterk gevoel van samenwerking, gedeelde doelen en een toekomstgerichte energie.
Tijdens alle sessies lieten de partners een duidelijke toewijding zien aan het verder ontwikkelen van geautomatiseerd vervoer binnen de grensregio, terwijl zij tegelijkertijd het belang benadrukten van gezamenlijk leren en gecoördineerde ontwikkeling. De sfeer was constructief en open, waarbij partners updates, uitdagingen en ambities met elkaar deelden op een manier die de volwassenheid en groeiende samenhang van het consortium benadrukt.
Een belangrijk thema gedurende de bijeenkomst was afstemming—tussen pilots, overheden, onderzoeksinstellingen en technische leveranciers. De deelnemers benadrukten de noodzaak om tijdlijnen, verwachtingen en communicatie op elkaar af te stemmen, vooral nu verschillende werkpakketten de overgang maken van planning naar uitvoering. Ondanks de complexiteit van het project verliepen de discussies rustig en oplossingsgericht, met de focus op hoe partners elkaar kunnen ondersteunen op gebieden zoals aanbesteding, databehoeften, integratie in de publieke administratie en digitale simulatie.
Een ander sterk element van de meeting was het gedeelde leerproces. Partners vergeleken ervaringen tussen locaties, met name rond aanbestedingsstrategieën, interactie met certificeringsinstanties en vroege onderzoeksinzichten. Dit creëerde het gevoel dat iedereen bijdraagt aan en profiteert van een collectieve kennisbasis die verder reikt dan individuele pilots.
De toon van de bijeenkomst was daarnaast pragmatisch en realistisch. Hoewel partners enthousiasme toonden over de kansen die geautomatiseerd vervoer biedt, waren zij evenzeer open over risico’s, afhankelijkheden en onzekerheden. De groep benaderde deze onderwerpen constructief, identificeerde mitigatiestrategieën en bevestigde het belang van transparante coördinatie.
Tot slot droeg de meeting een gevoel van momentum uit. Nu meerdere werkpakketten cruciale fasen bereiken en de communicatie-inspanningen worden opgeschaald, oogde het consortium energieker en beter op elkaar afgestemd. De deelnemers sloten af met een gedeeld begrip van de prioriteiten en een versterkte inzet om gezamenlijk betekenisvolle vooruitgang te boeken.
Bus voor tele-operatie in Vechta geïnspecteerd.
Op 25 februari 2026 hebben de FLEX-partners Landkreis Vechta, V-Tron B.V. en PHWT (Private Hochschule für Wirtschaft und Technik), samen met de projectbegeleiding van Bax Innovation, in Vechta (D) de bus van Schomaker Reisen GmbH geïnspecteerd die omgebouwd zal gaan worden naar tele-operatie.
Naast de inspectie werden alle aanwezigen uitgenodigd om op het afgesloten terrein van het busdepot een rondje te rijden in de bus. Voor de meeste deelnemers was dit een eerste keer dat zij een bus voor openbaar vervoer mochten rijden. Een leuke ervaring!
FLEX speelt in op de groeiende vraag naar snel, betrouwbaar en betaalbaar openbaar vervoer in Nederland en Duitsland. Door stijgende kosten en een tekort aan chauffeurs verdwijnen OV-verbindingen, vooral in grensregio’s. Dit leidt tot meer autogebruik, CO₂-uitstoot en sociale isolatie.
Geautomatiseerd vervoer (AV) biedt perspectief. FLEX demonstreert AV in busdepots, op busbanen en openbare wegen in Groningen, Vechta en Helmond. Ook werkt het project aan integratie in concessies en WMO-vervoer, en aan een EU-gids voor AV in grensoverschrijdend OV.
FLEX-project brengt OV-partners samen op 19 november.
Op woensdag 19 november 2025 organiseert het FLEX-project een bijzondere online bijeenkomst waarbij de consortiumleden – V-tron, Provincie Groningen, Gemeente Helmond, Landkreis Vechta, PWHT en HAN – nader kennismaken met de 13 geassocieerde partners.
Deze partners vertegenwoordigen OV-gebruikers, -autoriteiten en -aanbieders en vervullen een cruciale rol binnen FLEX. Ze bieden advies, evalueren mijlpalen en sturen bij waar nodig.
FLEX speelt in op de groeiende vraag naar snel, betrouwbaar en betaalbaar openbaar vervoer in Nederland en Duitsland. Door stijgende kosten en een tekort aan chauffeurs verdwijnen OV-verbindingen, vooral in grensregio’s. Dit leidt tot meer autogebruik, CO₂-uitstoot en sociale isolatie.
Geautomatiseerd vervoer (AV) biedt perspectief. FLEX demonstreert AV in busdepots, op busbanen en openbare wegen in Groningen, Vechta en Helmond. Ook werkt het project aan integratie in concessies en WMO-vervoer, en aan een EU-gids voor AV in grensoverschrijdend OV.
De bijeenkomst op 19 november markeert een belangrijke stap in de samenwerking tussen alle betrokken partijen. Samen bouwen zij aan toekomstbestendig OV in het DE-NL programmagebied.
Op donderdag 23 oktober vond de maandelijkse FLEX Conference Call plaats, waarin de voortgang van het project en nieuwe ontwikkelingen werden besproken.
De sessie werd geopend met een presentatie van Bax over recente innovaties buiten het FLEX-project, met nadruk op automatisering, tele-operatie, governance, grensoverschrijdend vervoer en gebruikersacceptatie.
Werkpakketupdates
WP3 – Gebruikersacceptatie (PHWT):
PHWT presenteerde hun aanpak voor de literatuurstudie over gebruikersacceptatie van geautomatiseerd openbaar vervoer. Partners worden uitgenodigd om vóór eind oktober feedback te geven op de voorgestelde indicatoren, zoektermen en bronnen. Er is besloten om ervaringen met private voertuigen zoals Tesla en robotaxi’s buiten beschouwing te laten.
WP4 – Digitale replicatie (HAN):
HAN gaf een overzicht van digitale replicatietools zoals Carla. Er zijn vier mogelijke toepassingen geïdentificeerd: impactanalyse via digital twin, virtuele procesontwikkeling, analyse van gebruikerservaring via rijsimulatoren, en promotionele inzet. HAN zal individuele gesprekken voeren met pilotpartners om hun voorkeuren te bepalen.
WP5 – Pilotontwikkeling:
Advisory Board
Zes organisaties hebben hun deelname bevestigd aan de eerste Advisory Board meeting op 19 november.
Op 18 september vond de officiële kick-off plaats van FLEX, het internationale CCAM-project, met een sterke focus op geautomatiseerd openbaar vervoer. De bijeenkomst bracht alle betrokken partners samen en markeerde een belangrijke eerste stap richting gezamenlijke uitvoering.
De leden van het consortium brachten veel energie mee naar de meeting en ginfgen – zo mogelijk – met nog meer energie terug naar hun organisaties om ook in de praktijk het project van start te laten gaan.
Per werkpakket is de focus besproken. Hieronder worden deze kort weergegeven:
Passagiersacceptatie (WP3)
PHWT presenteerde een eerste aanpak om inzicht te krijgen in hoe reizigers geautomatiseerd vervoer ervaren. Er wordt gewerkt aan een overzicht van relevante projecten en literatuur, met aandacht voor thema’s als veiligheid, bereidheid tot verandering, betaalbereidheid en inclusie van mensen met beperkte mobiliteit. Een eerste Excel-overzicht wordt binnenkort gedeeld.
Impactevaluatie (WP4)
HAN benadrukte het belang van het definiëren van duidelijke doelen voor de digital twins die gebruikt worden om toekomstige scenario’s te simuleren. Deze virtuele modellen moeten helpen bij het identificeren van barrières, het trainen van personeel en het testen van software. Een werksessie hierover staat gepland voor de volgende meeting.
Pilots (WP5)
Drie steden presenteerden hun concrete pilotplannen:
Samenwerking met geassocieerde partners
Op 19 november wordt een aparte sessie georganiseerd om deze partners te introduceren in het project. Elke werkpakketleider zal zijn aanpak toelichten. Er zijn al concrete contactpunten benoemd per regio, zoals RDW en Provincie Noord-Brabant voor Helmond, en Qbuzz en Hive Mobility voor Groningen.
Volgende stappen:
Op donderdag 18 september 2025 gaat het Interreg Deutschland-Nederland Project FLEX van start met een inspirerende kick-off op de Automotive Campus in Helmond. Daarmee begint een intensieve onderzoeksperiode van drie jaar en zeven maanden waarin FLEX zich inzet voor het verbeteren van flexibel, toegankelijk en betaalbaar openbaar vervoer in de Duits-Nederlandse grensregio. Centraal staat de integratie van innovatieve geautomatiseerde vervoersoplossingen — zoals tele-operatie en Connected, Cooperative and Automated Mobility (CCAM) — in bestaande OV-diensten. Het project wil hiermee niet alleen de mobiliteit in rurale gebieden versterken, maar ook bijdragen aan een duurzamere, inclusievere en grensoverschrijdende vervoersinfrastructuur.
In het eerste kwartaal van 2025 diende V-tron namens een krachtig consortium succesvol een aanvraag in bij Interreg Deutschland-Nederland voor het project FLEX. Dit consortium bestaat uit zes kernpartners: Provincie Groningen, Gemeente Helmond, Landkreis Vechta, Private Hochschule für Wirtschaft und Technik (PHWT), HAN University of Applied Sciences en V-tron BV. Zij worden ondersteund door een breed netwerk van geassocieerde partners, waaronder OV-aanbieders en OV-gebruikers, die de diversiteit van de betrokkenen weerspiegelen.
FLEX heeft als doel om de samenwerking tussen Nederland en Duitsland op het gebied van geautomatiseerd vervoer (AV) te versterken. Dit gebeurt onder andere via de oprichting van een internationale werkgroep waarin alle relevante stakeholders samenkomen, het wegnemen van belemmeringen voor AV en het ontwikkelen van een praktische governance-gids die ook toepasbaar is in andere Europese grensregio’s.
Het project krijgt tastbare vorm in de vorm van demonstraties met aangepaste OV-bussen in Groningen, Helmond en Vechta. Deze bussen opereren op TRL-niveau 7/8 en worden getest op busdepots, speciale busbanen en landelijke routes. De samenwerking tussen de drie steden zal bovendien leiden tot de integratie van AV in lokale bestuursmodellen en de ontwikkeling van Europa’s eerste gids voor AV-bestuursmodellen.
Door te investeren in efficiënter, toegankelijker en duurzamer openbaar vervoer, draagt FLEX bij aan een hogere levenskwaliteit voor bewoners van rurale gebieden. Het project helpt vervoersarmoede te bestrijden, sociaal-economisch isolement te voorkomen en de mobiliteit en connectiviteit in de grensregio structureel te verbeteren.
Op 19 juni 2025 ging het Project FLEX van start met een eerste interne bijeenkomst van de consortiumpartners.
Na de goedkeuring in mei, was de officiële startdatum 1 juni 2025 en met een looptijd van drie jaar en zeven maanden zal het dus eindigen op 31 december 2028.
Het doel van FLEX is om met geautomatiseerd vervoer(AV) in te spelen op de groeiende vraag van burgers naar duurzamer, betaalbaarder, toegankelijker en inclusiever OV in het Duits-Nederlandse programmagebied van Interreg Deutschland Nederland en grensregio.
FLEX zal aantonen hoe AV in busdepots en first-lastmile-oplossingen de kosten kan verlagen en de druk op chauffeurs kan verminderen, waardoor extra en flexibeler OV kan worden ingezet om vervoersarmoede te verminderen.
Daarnaast onderzoekt FLEX hoe AV kan worden geïntegreerd in bestuursmodellen van vervoersautoriteiten om AV op grotere schaal te introduceren in het OV.
Met deze oplossingen wil FLEX een voorbeeld zijn voor alle grensregio’s in de EU.
Uit een voorstudie is naar voren gekomen dat de inzet van AV een potentiële besparing op alleen al de Nederlandse busdepots kan hebben van om en nabij € 61 mln.
Te denken valt hierbij aan de mogelijke extra inzet van vervoercapaciteit in rurale gebieden om daarmee de vervoersarmoede te verminderen. FLEX zal het eentonige werk van chauffeurs op de busdepots – ophalen & wegzetten van bussen, rijden door de wasstraat, verplaatsen van bussen om elektrisch te laden – overhevelen naar tele-operators en algoritmen.
De consortiumpartners binnen het project FLEX zijn:
Geassocieerde partners zullen o.a. zijn RDW, Qbuzz, Wilmering Gruppe, Schomaker Reisen, Deutsche Bahn, Der BDO, Arriva, Provincie Noord-Brabant, PRO BAHN, Rover, DOVA en Future Mobility Partnership e.V.
FLEX is een Interreg VI project, gecofinancierd door de Europese Unie, via het INTERREG Deutschland-Nederland programma, de Niedersächsische Staatskanzlei, de Provincie Gelderland, de Provincie Noord-Brabant en de Provincie Groningen. Het project heeft een budget van € 2.130.465,68 en een looptijd van juni 2025 – december 2028.